1ste jaar

1ejaar
VAKKEN 1LAT 1MW
  Katholieke godsdienst 2 2
  Aardrijkskunde 2 2
  Frans 4 5
  Geschiedenis 1 1
  Latijn 5 -
  Lichamelijke opvoeding 2 2
  Muzikale opvoeding 1 1
  Natuurwetenschappen 2 2
  Nederlands 5 6
  Plastische opvoeding 2 2
  Sociale activiteiten - 1
  Techniek 2 2
  Wiskunde 4 6
       
  * Informatica 0,5 0,5
  * Inhaalles / sport of studie 0,5 0,5
TOTAAL 33 33
 

* toegevoegd uur

Dankzij dit toegevoegd lesuur kunnen we in de 1e graad inhaallessen en informatica organiseren.
Wie geen inhaalles volgt, zal naar sport of studie gaan.
0,5: 1 lesuur om de 14 dagen

DE GEMEENSCHAPPELIJKE BASISVORMING EN HET COMPLEMENTAIR GEDEELTE IN HET EERSTE LEERJAAR A

De leerlingen blijven voor de leervakken in hun eigen klassengroep, wat uit pedagogisch standpunt zeer belangrijk is. Het grote verschil met de lagere school is dat er na een lestijd van 50 minuten telkens een andere leerkracht een ander vak komt onderwijzen.
De lessentabel omvat 32 lestijden per week, in onze school aangevuld met één toegevoegd lesuur.

Een grote overstap

Bij de overstap van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs moet je als leerling samen met je ouders een belangrijke studiekeuze maken. Deze keuze wordt in belangrijke mate bepaald door je studieresultaten in het basisonderwijs, je studiebelangstelling, de adviezen van het CLB en de leerkracht van het zesde leerjaar.

In deze basisoptie krijg je dezelfde vakken als in de basisoptie Moderne wetenschappen, maar je neemt het vak Latijn erbij. Het spreekt voor zich dat je voor de andere vakken niet te veel problemen mag hebben. De tijd die je voor Latijn nodig hebt, kan je niet meer besteden aan de andere vakken. Er zijn dus wel enkele vereisten indien je wil slagen in deze basisoptie.

Vermits we steeds vertalen van het Latijn naar het Nederlands is het duidelijk dat je het Nederlands ook zéér goed moet beheersen; je kan dat bevorderen door regelmatig goede (jeugd)boeken te lezen. Het is ook een vereiste dat je een scherp inzicht in taal hebt; woord- en zinsleer zijn zeer belangrijke werktuigen voor het begrijpen van Latijnse zinnen.

Daarbij moet je ook een goed geheugen hebben, want dagelijks worden Latijnse woorden en spraakkunstregels uit het hoofd geleerd. Om het Latijn onder de knie te krijgen is je inzet en werklust belangrijk. Latijn is een boeiende uitdaging.

Deze basisoptie zet een deur open voor alle verdere studierichtingen, behalve de studierichtingen met Latijn en Grieks.

Talen nemen binnen het geheel van de vorming een belangrijke plaats in. Zowel in het beroepsleven als in onze multiculturele samenleving is communicatievaardigheid in een andere taal een vereiste. Het is belangrijk dat mensen met elkaar kunnen praten en mekaar begrijpen.

In de lessen Frans en Nederlands komen vier vaardigheden uitvoerig aan bod: luisteren, lezen, spreken en schrijven. Het extra lesuur biedt de leerlingen bijkomende kansen om deze vaardigheden zo goed mogelijk in te oefenen. Bovendien zullen bepaalde taalhiaten tijdens het uurtje Nederlands-extra door een extra taalleerkracht worden bijgewerkt.

De leerinhoud wiskunde is voor beide basisopties dezelfde. De extra lesuren ten opzichte van de basisoptie Latijn geven meer ruimte voor het intensief inoefenen van de leerstof, zodat de wiskundige basis ook stevig wordt onderbouwd.

Deze leerlingen krijgen ook sociale activiteiten. Hier worden een aantal verruimende thema's behandeld, o.m. sociale relatie in de klas, leren leren (het nuttig gebruik van de planningsagenda, de organisatie in de eigen studeerkamer, leren plannen ….).