3e graad

In de derde graad A.S.O. wordt de leerstof meer vanuit een theoretische visie benaderd. Er is een duidelijk verschil met de meeste studierichtingen van de derde graad TSO, waar de toepassing en de praktische gerichtheid de bovenhand nemen.

6ejaar
VAKKEN 6de jaar
6EMT
accent talen
6EMT
accent wiskunde
6EMT
accent mens en maatschappij
6EWI 6LMT 6LWE 6LWI 6MWE
accent talen
6MWE
accent mens en maatschappij
6MWI 6WWI
  Katholieke godsdienst 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
  Aardrijkskunde 1 1 1 1 1 1 1 1 2 1 1
  Biologie - - - 1 - 2 1 2 2 1 2
  Chemie - - - 1 - 2 1 2 2 1 2
  Natuurwetenschappen 2 2 2 - 2 - - - - - -
  Duits 3 3 2 1 3 - 1 3 2 3 1
  Economie 4 4 4 4 - - - - - - -
  Engels 3 3 3 2 3 2 2 3 3 3 2
  Esthetica 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
  Frans 4 4 4 3 4 3 3 4 4 4 3
  Fysica - - - 1 - 2 1 2 2 1 3
  Geschiedenis 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
  Latijn - - - - 4 4 4 - - - -
  Lichamelijke opvoeding 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
  Nederlands 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
  Spaans 2 1 - - 2 - - 1 - 2 of 0 -
  Wetenschappelijk tekenen - - - - - - - - - - 2 of 0
  Wiskunde 3 4 3 6 of 8 3 6 8 4 4 6 of 8 6 of 8
  Cultuurwetenschappen - - 1 - - - - - - - -
  Gedragswetenschappen - - 2 - - - - - 2 - -
  Informatica - - - 2 of 0 - - - - - - -
TOTAAL 33 33 33 33 33 33 33 33 33 33 33
Op het einde van de derde graad zou je in staat moeten zijn de leerstof

1. te synthetiseren, zinvol te resumeren, te schematiseren, te structureren; deze bekwaamheid dient tot uiting te komen in notities, persoonlijk werk, huistaken, schriftelijke en mondelinge proeven;
2. toe te passen in oefeningen, te integreren in aanverwante vakgebieden, te situeren in een breder kader;
3. te reproduceren, zinvol te commentariëren;
4. toe te passen in een scriptie in het Nederlands of in een moderne vreemde taal.

Je zou ook de niet-cognitieve vaardigheden moeten bezitten die nodig zijn om in het hoger onderwijs verder te studeren:

1. studiemotivatie en keuzerijpheid;
2. studie-inzet en werklust, die blijken uit de regelmaat en de stiptheid bij het vervullen van taken, het verrichten van persoonlijk werk;
3. kritische zin en zelfstandigheid:
- op een eigen, zelfstandige en persoonlijke manier opdrachten afhandelen;
- een eigen opinie durven verdedigen en weten te verwoorden (geen oppervlakkigheid);
4. taalvaardigheid, zodat je de kennis op een vlotte manier kan uitdrukken en rustig weet te argumenteren; je moet met precies­heid en de nodige nuanceringen je gedachten weten te verwoorden;
5. vermogen tot beoordeling, d.w.z. jezelf nauwkeurig en objectief kunnen evalueren;
6. werkplanning en zelfcontrole;
7. volharding en doorzettingsvermogen;
8. brede culturele interesse; een enge belangstelling die uitsluitend gericht is op één enkele specialiteit is niet voldoende om met kans op slagen hogere studies aan te vangen.
Het spreekt voor zich dat ook de studiemethode die men zich eigen maakt en flexibel moet weten te hanteren, een belangrijke factor is.